OPMERKING

Fiscale behandeling van de

Antilliaanse Stichting Particulier Fonds

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogen

Besluit van 22 oktober 2002, nr. CPP2002/2773M

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

1. Inleiding

Vanaf 1-11-1998 kan een particulier vermogen onderbrengen in de zogenoemde Antilliaanse Stichting Particulier Fonds, ook wel aangeduid als private foundation (hierna: SPF). Gebleken is dat er grote belangstelling is voor de SPF, zeker in de sfeer van de estateplanning en in geval van remigratie. De SPF wordt in het Nederlandse rechtsstelsel erkend. Uit de kenmerken van de SPF volgt een zelfde fiscale behandeling als die van de trust. Deze kenmerken worden hieronder beschreven. Richtlijn bij deze behandeling is dat ik het ongewenst acht dat personen die in Nederland belastingplichtig zijn een belastingvrij zwevend vermogen creëren. De Belastingdienst kan zekerheid geven over de fiscale behandeling van de SPF.

2. Kenmerken van een SPF

Een SPF is in wezen een bijzondere stichting. SPF’s worden voornamelijk door op de Nederlandse Antillen gevestigde financiële instellingen (banken, trustkantoren) opgericht bij notariële akte. Vervolgens worden de rechten tot de SPF overgedragen aan een klant, de zogenoemde uiteindelijk gerechtigde. De financiële instelling voert over het algemeen wel de dagelijkse leiding maar de uiteindelijk gerechtigde heeft alle zeggenschap binnen de SPF. De laatstvermelde persoon kan ook begunstigde zijn. Het vermogen wordt ingebracht door de uiteindelijk gerechtigde en bestaat doorgaans uit liquide middelen en (courante) effecten. Ook is bekend dat de SPF wordt gebruikt om aandelen in (Antilliaanse) vennootschap(pen) te houden.
De SPF biedt – in afwijking van de stichting - de mogelijkheid vermogen te vormen ten behoeve van de uiteindelijk gerechtigde en aan hem of zijn familieleden uitkeringen te doen. Er geldt geen uitkeringsverbod.
De SPF kent voor het overige weinig kosten en weinig formele belemmeringen: zo hoeft er geen jaarrekening te worden opgesteld en vermogensopstellingen hoeven niet te worden gedeponeerd.

De SPF vertoont grote gelijkenis met de Anglo-Amerikaanse trust. De uiteindelijk gerechtigde creëert een afgescheiden vermogen dat door een derde wordt beheerd. De beheerder dient deze vermogensbestanddelen en/of de inkomsten daaruit overeenkomstig de akte van oprichting en de bijbehorende aktes aan te wenden voor bepaalde gerechtigden. In tegenstelling tot de trust is een SPF wel een rechtspersoon naar Antilliaans recht.

3. Fiscale behandeling van de SPF op de Nederlandse Antillen

De SPF wordt in de praktijk niet of nauwelijks in de belastingheffing op de Nederlandse Antillen betrokken als de betrokkenen geen inwoners van de Nederlandse Antillen zijn. De SPF mag met name geen actieve onderneming drijven, al is het opereren als beleggings- of houdstermaatschappij toegestaan. Zo is geen Antilliaanse (winst)belasting over het rendement in een SPF verschuldigd. Er is geen recht van schenking of van successie verschuldigd bij inbreng door én bij uitkering aan een niet-inwoner. Ook wordt geen bronbelastingen geheven bij uitkeringen uit de SPF. Verder is geen Antilliaanse kapitaalsbelasting verschuldigd over het bijeengebrachte vermogen.

4. Fiscale behandeling in Nederland: beleid

Voor betrokkenen bij een SPF kan onzekerheid bestaan over de fiscale gevolgen van het in de SPF ondergebrachte vermogen en de daaruit gegenereerde inkomsten. Het beleid dat ik hanteer met betrekking tot de fiscale behandeling van de trust geldt bij de behandeling van een SPF als richtsnoer. Ik verwijs naar het zogenoemde trustbesluit van 8 december 2000, nr. CPP2000/2816, o.a. gepubliceerd in V-N 2001/3.1, blz. 275 en Infobulletin 2001/123.

Het onbelast creëren en instandhouden van een "zwevend" vermogen acht ik ongewenst. Een SPF-structuur met behoud van zeggenschap en die zodanig is vormgegeven dat noch in Nederland, noch op de Antillen terzake belastingen zou zijn verschuldigd bestempel ik als fiscale grensverkenning. Aan het uitkeren van vermogen of inkomsten uit de SPF zijn dan ook fiscale gevolgen verbonden. Van geval tot geval dient te worden beoordeeld welke fiscale gevolgen dat zijn.

Belastingplichtigen wil ik de mogelijkheid bieden om "hun" SPF voor te leggen aan de Belastingdienst om zekerheid te krijgen over de fiscale behandeling. Naar mijn oordeel is de praktijk gediend met zekerheid omtrent de fiscale behandeling van de SPF. Vaak zijn de fiscale en financiële belangen groot. Voor een goede beoordeling van de feiten en omstandigheden van ieder individueel geval is het noodzakelijk dat de volgende informatie in ieder geval aan de Belastingdienst wordt overgelegd:

  1. een exemplaar van de oprichtingsakte en alle overige bescheiden (zoals de letter of wishes, de.indemnity-agreement, een letter of attorney, een letter of recommendation, instructies, een managementovereenkomst, reglementen, etcetera);
  2. een uitleg over de betrokkenheid van de belastingplichtige(-n) bij de SPF;
  3. een uiteenzetting van de rechten die men heeft met betrekking tot het vermogen van de SPF en de inkomsten daaruit.

Voorwaarde voor het verschaffen van zekerheid is dat een consistent en integraal fiscaal resultaat wordt bereikt ten aanzien van de SPF, inclusief de daarbij betrokken personen. Dit standpunt brengt mee dat uitsluitend afspraken met betrekking tot SPF’s kunnen worden gemaakt waarin de gevolgen voor de - huidige en toekomstige - heffing van onder andere het recht van schenking en successie, de inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting en de invordering van voormelde belastingen in zijn totaal zijn vastgelegd. De overdrachtsbelasting wordt hierin niet betrokken. De vastlegging geschiedt door het sluiten van een vaststellingsovereenkomst (art. 7:900 BW). Of een situatie zich leent voor het geven van zekerheid over de fiscale behandeling wordt van geval tot geval beoordeeld. In gevallen waarin geen integrale afspraak over de totale belastingheffing en de invordering van die belasting kan worden gemaakt, wordt in beginsel geen zekerheid geboden voor een deelterrein van de fiscaliteit. Aan de hand van praktijkervaringen zal het beleid verder worden uitgewerkt en zullen ingenomen beleidsstandpunten worden gepubliceerd.

5. Andere rechtsfiguren

Hetgeen ik heb opgemerkt over de fiscale behandeling van de SPF en de trust geldt ook voor andere doelvermogens en rechtsvormen naar buitenlands recht, waarbij de insteller of de uiteindelijk gerechtigde zeggenschap heeft om over het vermogen of de inkomsten te beschikken. Te denken valt bijvoorbeeld aan: de Liechtensteinse Anstallt, - “Trust” en – Stiftung; de Treuhand; de Foundation; enzovoorts.

6. Aangiftebiljet IB

Wellicht ten overvloede merk ik op dat in het aangiftebiljet Inkomstenbelasting de trustvraag is opgenomen (Biljet 2001: vraag 34 P-biljet, vraag 36 O-biljet). Als de belastingplichtige of zijn fiscale partner of hun minderjarige kinderen bij een trust zijn betrokken, dan dienen zij deze vraag met “ja” aan te kruisen. In de Toelichting bij dit aangiftebiljet wordt niet alleen gesproken over betrokkenheid bij een trust maar ook over “een vergelijkbaar doelvermogen naar buitenlands recht”. Onder deze omschrijving valt ook de SPF of een andere rechtsfiguur zoals hiervoor vermeld in onderdeel 5.

Een aanmerkelijk belang in een Arubaanse Vrijgestelde Vennootschap (AVV) en een Nederlands-Antilliaanse Besloten Vennootschap (NABV) valt in box 2 en dient als zodanig te worden aangegeven.

7. Coördinatie

Vragen met betrekking tot de fiscale behandeling van de SPF en andere hiervoor vermelde doelvermogens naar buitenlands recht kunnen worden voorgelegd aan de competente inspecteur. Teneinde eenheid van beleid en uitvoering te bewerkstelligen dienen alle vragen inzake de SPF door de inspecteur te worden gemeld aan de Projectgroep Vermogen in de doode hand van de Coördinatiegroep Constructie Bestrijding, t.a.v. mr. R.J. Roerink. Vragen over andere doelvermogens en rechtsvormen naar buitenlands recht kunnen door de inspecteur worden gemeld bij de secretaris van de kennisgroep Kwalificatie Rechtsvormen, mw. mr. J.M.M. van Gerwen, p/a Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Postbus 18.280, 3501 CG Utrecht.

Bij een nieuwe oprichting kan de inhoud van de akte Vrijwel geheel aan Uw wensen aangepast worden.

Hiervoor bestaat een grote vrijheid.